Wie zijn wij?

Wij zijn Protestanten.

Protestanten zijn christenen. Daarmee is eigenlijk alles gezegd, behalve dat de christelijke familie nogal groot is en er behoorlijke verschillen zijn tussen de verschillende takken. Dat heb je zo, als je al 2.000 jaar bestaat en de geestelijke ‘stamvader’ (Jezus van Nazareth, a.k.a. Christus) zich vooral heeft bezig gehouden met zelf het voorbeeld geven hoe je nu eigenlijk zou moeten leven. Toen zijn geestelijke nakomelingen zich over de wereld begonnen te verspreiden, hebben ze naar eer en geweten geprobeerd om te leven zoals Jezus dat had voorgedaan, maar de diverse takken zijn nogal uit elkaar gegroeid. Sterker nog, ze hebben af en toe behoorlijk ruzie gemaakt over de erfenis, vooral over de vraag of men eigenlijk nog wel goed bezig was. Kerken zijn en blijven mensenwerk.

Hieronder eerst een stukje geschiedenis en dan iets over de geloofsinhoud.

Een stukje geschiedenis

Protestanten en katholieken
In de 16de eeuw liep een ruzie zo uit de hand dat de familieband tijdelijk gescheurd is. Het begon ermee dat een vrome monnik, Martin Luther, zich keerde tegen het gebruik dat je fouten die je gemaakt had ook met geld kon afkopen. Hij vond dat in strijd met de geest van Jezus Christus. In het debat dat volgde, kwam er een fundamenteel probleem boven drijven: Wie heeft het nu eigenlijk voor het zeggen had in de Kerk ? Luther beriep zich op de Bijbel tegen de toenmalige kerkleiders, de paus en de bisschoppen. Die accepteerden dat niet en zetten Luther uit de Kerk. Daar kwam zoveel protest tegen dat de Kerk scheurde. Een deel van de (m.n.) Duitse christelijke kerken begon gewoon voor zichzelf. Zij noemden zich ‘Evangelisch’ of ‘Protestants’. In de Franstalige wereld volgden later nog een anderen. Die noemden zich meestal ‘Hervormd’ of ‘Gereformeerd’ (in het Frans: Eglise Réformée).

Protestanten in België
In België – maar dat bestond nog niet als zelfstandige staat – was Luther erg populair, maar gaf de rooms-katholieke kerkleiding geen centimeter toe. De ‘protestanten’ werden vervolgd en kwamen tenslotte in opstand. Achteraf gezien zegt bijna iedereen, protestanten en katholieken (tot aan de paus toe) dat dat conflict nooit zo uit de hand had mogen lopen, maar ja: Gedane zaken nemen geen keer. Het resultaat was dat onze contreien gezuiverd werden van protestantse resten. Twee eeuwen lang konden protestantse gelovigen slechts in het geheim samenkomen in al dan niet getolereerde schuilkerken. Pas nadat Napoleon was verslagen bij Waterloo (1815) kwam er godsdienstvrijheid, die bij de oprichting van België (1830) ook in de grondwet werd ingeschreven. Aarzelend begonnen de protestanten zich te organiseren. Er werd een Protestantse Kerk in België opgericht, waarin nu ongeveer 200 lokale geloofsgemeenschappen zijn verenigd.

De Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB)

De VPKB is een kerk van het calvinistische of ‘hervormde’ type. Dit type is ontstaan in landen waar men niet kon terugvallen op staatssteun, en vaak zelfs de staat tegen zich had. Men moest zichzelf organiseren, wilde men overleven. Dat betekent dat lokale geloofsgemeenschappen tamelijk autonoom zijn. Dat is eigenlijk heel spectaculair en progressief. Terwijl in de politiek er nog lang geen sprake was van democratie, kozen wij al zelf onze leiders. Die worden ‘ouderlingen’ of ‘oudsten’ genoemd en samen met de predikant (meestal ‘dominee’ genoemd) zijn zij verantwoordelijk voor het geestelijk reilen en zeilen van de geloofsgemeenschap. Dit college heet de ‘kerkenraad’ (in Vlaanderen niet te verwarren met de ‘kerkraad’, de officiële naam van het bestuur van een roomskatholieke kerkfabriek). Via een getrapt systeem komen afgevaardigden van deze kerkenraden samen in regionale of landelijke vergaderingen (synodes geheten), waar men die zaken behartigt die het plaatselijk niveau overstijgen en waar men ook de predikantsopleiding bewaakt.

Wat geloven wij dan?

De meeste protestanten beleven hun geloof tamelijk individueel en voelen zich prima thuis binnen een lokale geloofsgemeenschap, zonder veel formaliteiten. Meer moet dat voor hen niet zijn. Voorgangers kunnen vrouwen en mannen zijn. Hierin gaat de protestantse kerk gewoon mee met de tijd. En die mogen natuurlijk gerust getrouwd zijn. Waarom niet? Het celibaat was één van de eerste dingen die Luther in de 16de eeuw heeft afgeschaft. Dat staat immers nergens in de bijbel. In de kerkdienst en het gemeenteleven speelt de bijbel altijd een grote rol, terwijl er maar twee van de zeven sacramenten behouden zijn: doop en avondmaal. Door die concentratie op de bijbel zijn ook alle heiligen en andersoortige devoties verdwenen. Hierdoor kwam de persoon van Jezus, wat hij gedaan heeft, hoe hij geleefd heeft, veel sterker naar voren. Het protestants geloof heeft daardoor ook een vrij persoonlijke kleur gekregen. Door het vele lezen en nadenken daarover, samen, zijn protestanten over het algemeen ook vrij mondige mensen. De meesten kunnen wel zo ongeveer uitleggen wat ze geloven en waar ze voor staan.
Eigenlijk is alles in de protestantse kerk constant in beweging. Logisch, want protestanten nemen niet zomaar voor waar aan wat beweerd wordt. Ook blijven ze de dingen niet automatisch altijd maar hetzelfde doen als altijd. Daar moet over nagedacht worden. We willen immers een kerk zijn voor de mensen van deze tijd. Wat bij alle verschil van mening opvalt, is dat we allemaal voor onze opvattingen verwijzen naar de Bijbel. Een oude slagzin vat het mooi samen: ‘Geared to the times, anchored to the Rock’. Logisch, want dat is – sinds Luther – de enige bron van gezag.
Dit verklaart tegelijk waarom er zoveel verschillende protestantse kerken zijn, want in de kerk kan niemand zijn interpretatie van de bijbel aan de ander opdringen. Dan zou hij stiekem weer een soort ‘paus’ zijn. En dat is niet de bedoeling. Als protestant kun je dus eigenlijk alleen maar met elkaar blijven praten en proberen elkaar met argumenten te overtuigen dat iets niet goed is, of beter of anders moet. Dit leidt tot een kritische houding (wat goed is), maar kan ook makkelijk uit de hand lopen: Elke ketter heeft z’n letter, luidt het spreekwoord niet voor niets. Omdat wij ons als VPKB daar heel goed van bewust zijn, stellen wij hoge eisen aan onze voorgangers (ze moeten de bijbel in de grondtalen kunnen lezen en ook verder een academisch niveau hebben) en trainen wij ons voortdurend in het accepteren dat anderen ‘er ook anders’ over kunnen denken dan wij.

arrow